What's New

'Op 13 februari 1982 ging ik als jonge vogelaar op de fiets naar de Flevopolder. Althans dat zegt mijn vogelnotitieboekje uit dat jaar. Het is een graadje of 5 tot 10 en het waait uit het zuidoosten. Eerst langs de Kievitslanden bij Harderwijk waar een vrouwtje blauw kiekendief vliegt. Er zitten ook ganzen, veel ganzen. Dan snel door naar de Oostvaardersplassen: een nieuw natuurgebied waar alle vogelaars van Nederland zich verdringen om de Grote Zilverreiger te zien. En ja hoor, heel ver weg in de rietkraag zit er een'.

© Tjibbe Hunink

Vogelparadijs

'Maar waar zijn nou die baardmannen, een prachtig gekleurd klein rietvogeltje. De rietvelden van Flevoland zijn erom bekend. Maar helaas vandaag moeten we het zonder doen. Wel pijlstaarten, smienten, krakeenden, kuifeenden en enorme groepen tafeleenden. Uiteindelijk ga ik dat jaar tientallen keren vogels kijken en tellen in de nieuwe Flevolandse natuur. Met op 4 april, ja hoor, ook eindelijk een baardman bij het Harderbroek, vlakbij de dijk in een rietstengel. Met uitroeptekens genoteerd in mijn vogelnotitieboekje. Ik hou van de ruimte, de weidsheid en de ‘ongereptheid’ van het Flevolandse landschap en zal er nog vaak naar terugkeren'.

© Ernst Dirksen

Wilde natuur

'Als ik in 2009 als boswachter in de Flevolandse natuur ga werken, kom ik soms op plekken waar ik me als jong vogelaartje al verwonderde over de enorme (vogel)rijkdom. Hoe bijzonder is dat. Flevoland is nu niet meer ongerept, want grotendeels ingericht en toegankelijk gemaakt. Maar op veel plaatsen won de natuur; zoals in de Oostvaardersplassen waar aanvankelijk hele andere plannen mee waren. En in die grote natuurgebieden kun je nog steeds de ongereptheid ervaren. De boompjes in het Horsterwold, die ik begin jaren tachtig geplant zag worden, zijn inmiddels de lucht ingeschoten. En je kunt er struinen tot je verdwaald bent'.

© Jeroen Bosch

Eigenwijs

'In de Noordoostpolder is het bos van bijvoorbeeld het Waterloopbos al dik 75 jaar oud, de eiken flink en de beuken soms al een meter in doorsnede. Vogels die houden van dikke bomen zoals de boomklever, zwarte specht en bosuil hebben het bos ook al ontdekt en in hun kielzog vleermuizen en andere boombewoners. Het Wilgenreservaat is vrijwel zonder menselijke invloed uitgegroeid tot een oerbos van decennia oud. Hoe zal het er over een eeuw uitzien? Maar het toppunt van de natuur die toch wel gewoon haar eigen gang gaat, zagen we in 2006. Toen nam de Flevolandse natuur de ecologen weer bij de neus. De zeearend hoefde niet te worden uitgezet, maar zocht zelf de nieuwe natuur in Flevoland uit om te broeden. Inmiddels is een verrekijkerbeeld vol zeearenden al geen zeldzaamheid meer'.

© Allwrite

Uniek & Dynamisch

'Najaar 2020: Aan het eind van de Knardijk zie je aan de horizon Marker Wadden liggen. Weer zo’n bewijs van de unieke natuur in Flevoland. De, nieuw aangelegde, eilanden waren nog maar nauwelijks boven water of de natuur stortte zich erop. Pioniers als meeuwen, sterns en verschillende soorten plevieren vestigden zich direct in grote aantallen. Een kilometer of 10 verderop langs de Oostvaardersdijk liggen binnendijks de Lepelaarplassen, ook zo’n weergaloos rietmoerasgebied tjokvol vogels. Als het waait zitten de duizenden kuif- en tafeleenden in de luwte van het riet op de plas. Maar zo gauw als ze de kans krijgen zoeken ze naar voedsel op het Markermeer. Wat een dynamiek. Dat verveelt nooit. Evenals de ellenlange slierten aalscholvers boven de soms groene, dan weer blauwe golven van het ondiepe Markermeer. Had ik de jagende sperwer al genoemd en de altijd, op paaltjes, aanwezige buizerds? Niet? Ach wat zal ik verder zeggen. Ga lekker zelf op zoek naar de nieuwe natuur van Flevoland'.

Meer verhalen - over Flevoland